
HET IS GEEN SEKSROMANNETJE
Ik kan toch beter krijgen dan Thomas, niet? Met zijn mottige snor en dat kleine ringetje in zijn linkeroor.
Hij staat voor mij, zijn handen losjes in zijn zakken, een heuptasje over zijn schouder. De gemengde geur van café, duur parfum, en wax uit het kapsalon komt me tegemoet. Thomas is niet het soort kerel dat goedkope haarproducten uit de supermarkt gebruikt, maar hij doet wel graag alsof. Of beter nog: hij doet graag alsof zijn haar vanzelf zo valt. I woke up like this, en al dat. Je dacht toch niet dat enkel vrouwen dat deden?
Wanneer je hem ziet, is het niet helemaal duidelijk of hij een drugsdealer is – inclusief lichtblauwe Nokia 3310 – of gewoon een stedelijk boyke dat houdt van tweedehandswinkels en buitenlandse cinema. De lastigste beslissing die hij ooit in zijn leven maakte: zou ik gouden of zilveren ringen dragen?
Ik sta voor hem in een rood, kanten niemendalletje. Mijn borsten zijn opgeduwd in de cups alsof ik een achttiende-eeuwse schone ben die haar portret laat schilderen. Hij laat zijn blik over mijn lijf glijden, zichtbaar onder de indruk van mijn uitgesproken uitdagend outfitje. De honger in zijn ogen verrast me.
‘Dit is wel een heel dramatische stijlwisseling sinds vorige keer.’ Zijn stem is schraperig, alsof hij zo’n dominerend figuur uit een seksromannetje is – wat op zich niet heel ver van de realiteit ligt op dit moment.
‘Beter of slechter dan het afgedragen t-shirt van vorige keer?’ vraag ik terwijl ik mijn handen naar zijn borst breng. Mijn vingers prutsen met de rits van zijn retro Patagonia fleece.
‘Als ik het me juist herinner,’ zijn vingers rond mijn pols, hij zet een stapje naar voren, ‘was dat er eentje die je van mij gepikt had,’ zijn lippen aan mijn oor, zijn adem in mijn hals, ‘en was die van mijn lievelingsband.’
‘Beter of slechter dus?’ herhaal ik fluisterend. Hij duwt me zachtjes de hotelkamer binnen, sluit de deur met een soepele beweging van zijn voet. Met zijn handen op mijn heupen pint hij me vast tegen de muur, mijn vingers verstrengelen zich achter zijn nek.
‘Beter’, begint hij zijn betoog. Zijn ogen branden in de mijne – voor hij ongegeneerd naar mijn borsten staart. ‘Al is dat wel een heel interessante groep,’ het oogcontact is terug, ‘en er zijn wel enkele nummers die je echt…’
Ik kus hem voor hij die zin kan afmaken. Thomas is makkelijk op te winden, maar eens hij nog maar dénkt aan de nieuwste ontdekking in garagepunk, kunnen zelfs tieten en négligés hem niet tegenhouden een heel betoog te starten. Hij is een onstuimige zoener, en ik hap naar adem wanneer hij zijn mond (inclusief tong) inzet om de bandjes van mijn babydoll van mijn schouders te doen glijden. Zijn handen zijn al lang ergens onder het rokje verdwenen. Ik grijp hem vast, trek hem dichter naar me toe. Zijn gespannen kruis schuurt tegen mijn vochtige slipje.
‘Jij maakt mij zo geil.’ Hij hijgt het ergens tussen schouder en sleutelbeen. Ik kreun in respons.
Met zijn hoofd in mijn nek onderzoek ik de hotelkamer die hij voor ons geboekt heeft. Ik was nét voor hem aangekomen, met juist genoeg marge om me snel om (uit) te kleden. Het grote, lage bed ziet er uitnodigend uit, maar ook de wijde zetel biedt mogelijkheden. Het is zo’n bank die seks uitstraalt, die schreeuwt om onderdeel te zijn van onbespreekbare dingen.
Of is het toch gewoon mijn slaapkamer met mijn oude sofa?
Nee, we zijn zeker weten op hotel.
Er was een vrouw aan de receptie. Lange haren, volle lippen, hoe onder haar opgestroopte mouw een halve tattoo tevoorschijn kwam, de delicate huid aangeraakt door vingers die…
‘Oh!’ Een kreet ontsnapt mij. Mijn lichaam trekt samen onder Thomas’ aanraking, maar ik krijg de receptioniste niet uit mijn hoofd. Ze bekeek me met een blik die zei: jij bent niet de eerste voor wie hij hier een kamer reserveerde. Je bent zelfs niet de eerste vandaag. Het zou me waarschijnlijk meer moeten kunnen schelen, maar ik ben hier niet om de liefde van mijn leven te veroveren.
‘Zullen we dit feestje ergens comfortabeler voortzetten?’ vraagt hij. Met zijn hoofd knikt hij naar de sofa.
‘U-huh’, zucht ik, en ik trippel gedwee mee richting het aantrekkelijke meubelstuk. Hij duwt me neer, kust me diep. Het leder van de kussens voelt koel tegen mijn huid.
Nee, geen leder. Stof is zachter. Ribfluweel? Of laat dat van die brandplekken achter? Misschien kunnen we ons verplaatsen naar het tapijt, dat is ook altijd geil.
Oh, met een open haard! Gierende vlammen als metafoor voor de brandende passie die we voor elkaar voelen. De ik-vind-jou-niet-leuk-maar-neuk-mij-passie.
Neuk-mij-passie. Daar ga ik ook geen literaire prijs mee winnen.
Hij gaat schrijlings op mijn schoot zitten, zijn gezicht zweeft boven het mijne. Ik focus me op de kleren die hij nog aanheeft. Ik doe het korte ritsje van zijn trui omlaag, trek die over zijn hoofd. Hij draagt een zwart shirt van een andere band die ik niet ken. Ik weet beter dan ernaar te vragen. Het belandt op de grond. Ik kus zijn kleine tepels.
We zouden dit feestje naar het balkon kunnen verplaatsen, dat is nog eens iets nieuws.
Nee, we blijven beter binnen. Dan kunnen we altijd nog voortdoen in de badkamer. Onder de douche, elkaar lekker inzepen. Of er een boeltje van maken in de badkuip. We laten die overvol stromen en zetten de hele vloer blank met ons overdreven gespetter. Ik op mijn knieën, hij achter mij. Mijn handen over de rand van het bad, mijn lichaam verdwenen in het schuim dat steeds hoger komt door onze bewegingen.
Zijn interne brandwonden een ding?
Ik maak ongeduldig zijn riem los. Mijn vingers spelen met het elastiek van zijn boxershort. Blauw-groen geruit met een klein rood labeltje. Ik hoop dat hij zijn onderbroeken gewoon in de Zeeman koopt, en niet in tweedehandswinkels.
Hij prutst op zijn beurt aan mijn slipje. Ik wil hem tonen dat ik de controle heb, dat ik wel zal beslissen wanneer mijn string op mijn enkels valt, dus ik duw hem naar achter, de weelderige kussens in. Het groene suède van de bank omarmt zijn brede schouders.
Groene suède, lekker. Ik hoop dat zijn kontafdruk erin blijft staan.
Ik laat mijn vingers over zijn borstkas glijden, volg het spoor met mijn tong. Ik maak een weggetje langs zijn sleutelbeen, langs elke zachte contour van zijn buikspieren, langzaam naar de fluwelige haartjes boven zijn kruis.
Het voelt allemaal heel lieflijk aan. Ik wil niet lieflijk, en eigenlijk wil ik ook niet de baas zijn. Ik wil hard, en heftig. Wat zal ik doen? Ik kan hem moeilijk een klap in zijn gezicht geven.
Of misschien vindt hij dat lekker?
Ik heb, denk ik, wel een hele dominatrix-kant die ik nog niet onderzocht heb. Volgende keer.
Voor nu buig ik me naar zijn oor, knabbel aan zijn lelletje en fluister: ‘Ik wil dat jij vanavond je geilste fantasieën op mij botviert.’
Botvieren, daar word ik pas nat van.
Leave a comment